Meditatie
November
31 oktober 2026

November begint met Allerheiligen en eindigt met de Advent. Beide horen bij elkaar. Op Allerheiligen vieren we de mensen die door de dood zijn ondergedompeld in de heerlijkheid van God, bij wie God voor altijd is aangekomen. In de Advent wachten we op de komst van God.
November, de maand van de doden, plaatst ons in de spanning tussen het rouwen om onze overledenen en het verlangen om de komst van God te mogen meemaken. Onze gedachten aan de overledenen zijn niet alleen vervuld van verdriet, omdat we afscheid van hen moesten nemen, omdat ze ons alleen hebben achtergelaten. Als we denken aan de doden van wie we hielden, verlangen we er ook naar hen weer te zien. Als we elkaar weerzien, zal de liefde, die we hier, in dit aardse leven, altijd ook als broos hebben ervaren, volmaakt zijn. Dan zullen er geen misverstanden meer zijn. Dan zullen we helemaal één met elkaar zijn. Het verlangen om elkaar weer te zien en samen volmaakt, heel, onvervalst en oorspronkelijk te zijn, transformeert ons verdriet. Het is als een licht dat het verdriet verlicht.
Het verlangen naar het weerzien nodigt ons echter ook uit om te mediteren over de oorspronkelijke en onvervalste gedaante van de overledenen: wat wilden zij door hun leven overbrengen? Wat is hun boodschap aan mij? Wie was de overleden vader, de overleden moeder, de overleden partner, het overleden kind? We hebben ons vaak gestoord aan hun beperkingen. Maar nu zijn ze volmaakt. Nu valt alles weg wat hun ware wezen verhulde.
En zo kunnen we ook met nieuwe ogen naar hun leven en hun wezen kijken. Misschien dringt het dan tot ons door wat er achter dat onstuimige hart schuilging aan pijn en tegelijkertijd aan verlangen. Misschien vermoeden we ook wat er achter de gekwetste mens verborgen lag aan liefde, die hij niet kon tonen omdat verbittering hem daarvan weerhield.
Het verlangen dat de advent in ons wil opwekken, is niet alleen het verlangen naar de komst van Jezus, naar de komst van God in ons hart. Het is ook het verlangen dat de overledenen op een nieuwe manier tot ons komen – als degenen die zijn getransformeerd, in wie nu de heerlijkheid van God schittert, die door de dood hun ware gedaante hebben gekregen.
Ik wens u dan ook een gezegende maand november toe, waarin het verdriet zich in verlangen verandert en de blik op de overledenen hen in hun „doxa“, in hun ware gedaante, in hun heerlijkheid, kan aanschouwen.